Bezoekers.....


 
 Home

 Bezoek waard!

 Links






Er is natuurlijk een hoop te vertellen over Noorwegen....

alleen al de geschiedenis is al een behoorlijk iets!

Voor zover bekend vestigde zich de eerste mensen na de laatste Ijstijd zich in het voor ons nu bekende Noorwegen aan de zuidkust.
We hebben het dan ongeveer over 10.000 vChr.
Waar de toenmalige bewoners vandaan kwamen is een beetje giswerk, bepaalde theorieen zeggen dat er een stroming vanuit het huidige Rusland kwam, maar andere theorieen menen dat er stromingen uit het Centraal Europa kwamen.
Ongeveer 5000 vChr vestigde zich met name jagers in het zuiden van Noorwegen en hielden zich bezig met landbouw, visserij en de jacht.


Rotstekeningen zijn er vanaf deze periode te vinden van boeren die hun land bewerkte en rituelen, ook afbeeldingen van boten werden toen al gevonden.




Zo ongeveer rond 500 vChr begon de Ijzertijd en hierdoor konden de bewoners gereedschappen en wapens maken maar ook grotere en vooral betere boten. Vanuit hier begon dan ook langzamerhand de handel met het Romeinse Rijk wat zich over een enorm groot gedeelte van Europa uitstrekte.


In het jaar 500 na Christus daalde het bevolkingsaantal zeer snel. Dit was waarschijnlijk het gevolg van een besmettelijke ziekte of een verslechtering van het klimaat. Rond 800 na Christus groeide de bevolking weer zo snel dat er overbevolking dreigde. Noren uit het westen en zuiden van het land emigreerden: de vikingtijd begon.




Vikingen
De vikingtijd begon in 793 met de plundering van het klooster van Lindisfarne aan de oostkust van Engeland en duurde tot 1066, het jaar dat Willen de Veroveraar Engeland veroverde.


In deze periode werd Noorwegen geregeerd door meerdere koningen en krijgsheren. Samen hadden ze genoeg mankracht en voorraden tot hun beschikking om grote expedities uit te voeren. Deze expedities hadden oorspronkelijk als doel om de handel te bevorderen maar naarmate de koningen meer macht kregen, werd de handelsgeest opzij gezet voor plunderingen. Ondanks het kleine inwonertal en de geringe aanwezigheid van grondstoffen wisten de Vikingen door hun superieure boten overal schrik aan te jagen.


De Vikingen maakten zelf hun boten en waren daarin zo vaardig dat ze daarmee zelfs de Atlantische Oceaan konden bevaren tot aan Amerika. De vikingschepen waren niet alleen zeewaardig maar door hun geringe diepgang ook geschikt om de Europese rivieren zeer ver op te varen. Zo konden ze diep het continent binnendringen en over land van het ene rivierstelsel naar het andere komen. Ze behandelden hun boten als mensen, de boeg was meestal prachtig bewerkt met houtsnijwerk en ingelegd met allerlei houtsoorten en soms edele metalen. Ze gaven hun boot ook namen, zoals Vlugge Draak. Dit weet men uit archeologische vondsten en oude kronieken. Fraaie voorbeelden van houtsnijwerk zijn te vinden op delen van het Osebergschip die te bezichtigen is in het Historisch museum in Oslo.


Over de oorsprong van het woord 'Viking' zijn tal van theoriëen. Zo zou het woord afkomstig zijn van het woord vic of wic, dat vertaald wordt als fjord, baai, rover of handelaar. Ook wordt het woord gelinkt met de West-Noorse term die gehanteerd wordt op het einde van de Vikingperiode: vikingr en viking. Ze betekenen 'iemand die op zee vecht', 'rover', 'schermutselingen' en 'oorlog op zee'.


Waarom de Vikingen aan het eind van de achtste eeuw begonnen aan hun zeereizen naar andere delen van Europa is niet echt bekend. Een bevolkingsgroei kan hieraan ten grondslag liggen, in combinatie met de tradities van hoe bezittingen werden verdeeld nadat het familiehoofd stierf. Die traditie was dat de oudste zoon het gehele familiebezit erfde. De andere zonen kregen niets en gingen daarom in de zomermaanden op rooftocht om terug te keren met de rijkdom van veroverde buit en hopelijk het prestige van een dappere krijger.


In oude geschriften worden de Vikingen beschreven als wrede en woeste krijgers die vanaf het einde van de achtste eeuw tot halverwege de elfde eeuw West Europa teisterden. Deze geschriften waren afkomstig van christelijke monniken die de niet-christelijke Vikingen verafschuwden en het mag dus duidelijk zijn dat deze geschriften een erg gekleurd beeld van de Vikingen schetsen.


Eenwording van Noorwegen
Toen Noorwegen het tijdperk van de Vikingen inging, bestond het land uit allerlei kleine staatjes. Elk district had zijn eigen machtige familie aan het hoofd staan. Vaak werd het hoofd van een familie aangeduid als koning.


Omstreeks het jaar 900 verkreeg koning Harald Hardhrádi, ook wel Harald Veelhaar genoemd, de macht over heel Noorwegen. Hij had veel problemen met het Vestland, de thuishaven van de meeste vikingschepen. Vestlandet was niet erg onderdanig. Er moest een zeeslag in de Hafrsfjord (bij Stavanger) aan te pas komen voordat Harald zich koning van een verenigd Noorwegen mocht noemen.


Harald werd opgevolgd door zijn zoon Erik Blodøks (Erik Bloedbijl). Erik was een grote man, mooi, sterk en moedig, maar met een gevaarlijk temperament; onvriendelijk, zwijgzaam en wreed. Hij was een groot strijder en hij ging als twaalfjarige al op oorlogspad met vijf schepen. Harald Veelhaar had veel kinderen met verschillende vrouwen en alle zonen hadden dezelfde recht op de troon. Na Haralds dood werd het land dat hij tot een eenheid had gebracht in delen opgesplitst, om iedere zoon een deel te kunnen geven. Erik werd tot opperkoning aangewezen omdat Harald meer van hem hield dan van zijn andere zonen. Opperkoning zijn was echter niet voldoende. Erik wilde zelf alle macht hebben, en vermoorde in ieder geval vijf van zijn broers. Zijn bijnaam is dus geen toeval geweest.


Christendom
Haakon, de enige overgebleven broer van Erik Blodøks, werd in 935 koning. Hij was de eerste koning die probeerde om zijn landgenoten massaal tot het Christendom te bekeren. Tot dan toe geloofden de oude Noormannen in het Germaanse geloof. Haakon had echter weinig succes en niet veel later werd hij tijdens een gevecht vermoord.


De volgende koning was Olav Trygvason. Hij was bekeerd tijdens een Viking invasie in Engeland in 991. Hij werd in de westelijke en noordelijke gebieden van Noorwegen geaccepteerd als koning. In die gebieden bekeerde hij de mensen tot het christendom, desnoods met harde hand als de mensen weigerden. Hij stuurde ook missionarissen naar IJsland waar het christelijke geloof in het jaar 1000 massaal werd aangenomen. In dat zelfde jaar stierf hij tijdens de slag van Svolder. Hij was er niet in geslaagd om het hele land te bekeren.


De man die er uiteindelijk in slaagde om het hele rijk te laten bekeren tot het Christendom was Olav Haraldsson. Hij werd in 1015 als koning erkend van heel Noorwegen en kreeg de bijnaam St Olav.


De Kalmarunie
Noorwegen was een zelfstandig koninkrijk van de negende eeuw n.Chr. tot 1397, waarna het in de Unie van Kalmar terechtkwam met Denemarken en Zweden. De landen hadden hun soevereniteit maar niet hun onafhankelijkheid opgegeven. Zweedse ontevredenheid over het Deense gecentraliseerde bestuur leidde tot een conflict dat zou leiden tot het uiteenvallen van de unie in 1532.


Zweden verliet de Unie in 1521 en Noorwegen werd al snel een provincie van Denemarken. Tijdens de vredesonderhandelingen in Kiel in 1813, werd Denemarken gedwongen om Noorwegen over te dragen aan Zweden. De Deense koning daarentegen had geen intentie om dit te doen. De gouverneur van Noorwegen, Kroonprins Christian Frederick van Denemarken, organiseerde een oproer dat was gericht tegen het verdrag van Kiel. Hij riep op tot een buitengewone vergadering. Afgevaardigden van de boeren, vissers, priesters, adelen en handelslieden waren aanwezig. Alle onderlinge problemen tussen Noorwegen en Denemarken werden apart gelegd en op 17 mei 1814 werd de constitutie getekend.


Christian Frederick was de eerste koning van een vrij en onafhankelijk Noorwegen. Doordat Noorwegen geen steun kreeg van de grote machten in Europa zag Zweden haar kans schoon en viel in juli van dat zelfde jaar Noorwegen aan. Na veertien dagen oorlog trad de Christian Frederick af en vormde Noorwegen weer een unie met Zweden. Desondanks kreeg Noorwegen toen een eigen grondwet en meer zelfbestuur. In de loop van de 19e eeuw kreeg Noorwegen zelfs het recht om schepen onder eigen vlag uit te laten varen. Daaruit volgde de eis om ook eigen consulaten in het buitenland in het leven te roepen. Zweden wees deze eis af.


Het Noorse parlement dat in 1869 bijeenkwam en sinds 1884 de regering controleerde, nam het heft in handen. Uit een referendum bleek dat de meerderheid van de Noorse bevolking voor onafhankelijkheid was. Zweden zag niks in een oorlog en zo werd Noorwegen op 18 november 1905 eindelijk zelfstandig. Prins Carl uit Denemarken werd gekozen tot koning en hij veranderde zijn naam in koning Haakon VII.


Tussen 1820 en 2000 emigreerden 1 miljoen Noren op zoek naar een beter leven in het buitenland. Door dit hoge aantal wonen er nu meer Noorse afstammelingen in het buitenland dan in Noorwegen zelf. Vele Noren keerden later terug naar Noorwegen.




Eerste en Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wist Noorwegen neutraal te blijven. Wel kwamen er 2000 Noorse zeelieden om en ging de helft van de vloot verloren. Er brak armoede uit en massaontslagen waren het gevolg. In 1933 was 33% van de arbeidsbevolking werkloos waardoor de arbeidersbeweging een kans kreeg en opkwam voor de rechten van de arbeider. In 1935 kwam de arbeiderspartij aan de macht. Zij zorgden voor staatsinvesteringen en werkloosheidsverzekeringen waardoor de situatie iets beter werd. In 1939 was Noorwegen weer op de goede weg maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was de hoop op herstel snel weer verdwenen.


Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog kon Noorwegen zijn neutraliteit bewaren, maar op 9 april 1940 vielen de Duitsers Noorwegen binnen. De Noorse troepen bleven lang doorvechten maar op 7 juni 1940 moesten de koning en de regering naar Londen vluchten. In Noorwegen begon men zich steeds meer te ergeren aan de Duisters en het verzet werd steeds groter. Het verzet werd bevoorraad vanuit Engeland met wapens en springstoffen en het verzet begon toen op grote schaal fabrieken te saboteren. Tevens werden er veel hinderlagen gelegd waar vele Duitse soldaten omkwamen. Voor de mensen die niet in het verzet zaten, was het leven heel rustig. Er werd niet gevochten en in feite ging het leven gewoon door. Men merkte het alleen aan de hoeveelheid voedsel en kleding. Er was niet veel dus werd er veelvuldig geruild. De mensen begonnen de oorlog nu pas echt te voelen.


In de winter van ’44-’45 begonnen de Duitse troepen zich terug te trekken uit de noordelijke gebieden. Ze verbrandden alle huizen in de provincies Nord-Troms en Finnmark. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ongeveer 10.000 Noren omgekomen. Na de oorlog werden 38 Noren ter dood en 19.000 tot gevangenisstraffen veroordeeld wegens collaboratie met de vijand.


Een belangrijke Noorse naam in de oorlog was Vidkun Quisling. Hij was de grondlegger en leider van de Nasjonal Samling in Noorwegen. Bij de Duitse invasie probeerde hij een staatscoup te plegen maar mislukte. Op 1 februari 1942 werd hij met Duitse goedkeuring benoemd tot ministerpresident van een regering die uitsluitend bestond uit NS-leden. Hij werd na de oorlog veroordeeld voor landverraad en ter dood veroordeel. Het woord 'quisling' wordt nog steeds in Noorwegen gebruikt voor landverraders.


Na de oorlog
De koninklijke familie keerde in juni 1945 terug naar Noorwegen. Koning Haakon overleed in 1957 en werd opgevolgd door zijn zoon Olav de vijfde. Olav was zeer populair en regeerde tot aan zijn dood in januari 1991. In juni 1991 werd Olav’s zoon, Harald de vijfde, gekroond tot de nieuwe koning.


In 1960 werd Noorwegen lid van de Europese Vrijhandels Associatie (EVA). De EVA heeft tot doel de vrije handel in industriële goederen tussen de deelnemende landen te bevorderen en daarmee bredere doelstellingen te verwezenlijken.


In 1972 besloot 52.2 procent van de bevolking ‘Nee’ te stemmen tegen lidmaatschap van de EEG. Ook in 1994 werd lidmaatschap van de EU door een meerderheid in een referendum afgewezen. Het waren vooral vissers, boeren en milieubewegingen die tegenstemden. Men zorgde er wel voor dat de Noorse regering niet geïsoleerd kwam te staan. Noorwegen maakt bijvoorbeeld wel deel uit van de NAVO. Er zijn een heleboel verdragen opgesteld die er voor zorgen dat Noorse bedrijven vrijwel dezelfde rechten hebben als andere Europese bedrijven.


In de jaren ’70 ging het slechter met de economie. Er werden veel fabrieken gesloten en de werkloosheid nam ernstig toe. Gelukkig werden voor de kust grote gas- en olievelden gevonden waardoor de welvaart in Noorwegen intact bleef.



Heden ten dagen
Heden ten dagen staat Noorwegen bekend als het rijkste land van Europa, waar het goed wonen is en waar men als een van de weinige landen in Europa het AllemansRecht kent, een recht wat je hebt als inwoner maar ook als toerist dat je mag camperen/verblijven waar je in principe maar wil, zolang je maar niet op iemands erf staat of er in ieder geval 150mtr van verwijderd bent.

Het land kent momenteel (2014) iets meer dan 5.000.000 miljoen inwoners en uitgerekend per inwoner/km2 is dat ongeveer 16 inwoners per vierkante kilometer, een getal waar we hier in Nederland alleen maar van kunnen dromen.....hier zit het op de 499 inwoners per vierkante kilometer...zucht...





bron: www.noorwegen.org